Het curriculum is opgebouwd rondom leeruitkomsten. Dit zijn beschrijvingen van wat een student moet kennen en kunnen om een onderdeel van de opleiding af te ronden. Deze leeruitkomsten zijn geclusterd in eenheden van leeruitkomsten (EVL’s). Elke EVL vormt een samenhangend onderdeel van de opleiding.
Binnen de EVL’s wordt gewerkt aan vier leeruitkomstgebieden:
- Vakinhoud (VAK)
- Pedagogiek en didactiek (PD)
- Professionele identiteit (PI)
- Onderzoekend vermogen (OV)
Toetsen op leeruitkomsten
De leeruitkomsten vormen de basis voor de beoordeling van de student. De toetsing op leeruitkomsten is leerwegonafhankelijk. Dat betekent dat niet de route van de student beoordeeld wordt, maar het resultaat. Praktijkervaringen en -producten kunnen worden gebruikt als bewijs. De werkplekbegeleider ondersteunt de student bij het verkrijgen van inzicht in de ontwikkeling ten opzichte van de leeruitkomsten en bespreekt welke groei zichtbaar is in de praktijk.
Studenten kunnen bij alle EVL’s kiezen voor het basistoetsprogramma, dat door de opleiding ontworpen is. Studenten kunnen er ook voor kiezen om af te wijken van het basistoetsprogramma. In afstemming met de docenten die hen bij de EVL's begeleiden stemmen zij af over de toetsvorm en het verzamelen en verantwoorden van eigen bewijs (vormvrij toetsen)
Feedback vanuit de werkplek speelt een belangrijke rol in het leerproces van de student. Werkplekbegeleiders ondersteunen studenten bij het zichtbaar maken van ontwikkeling en het verbinden van praktijkervaringen aan leeruitkomsten. De opleiding blijft verantwoordelijk voor de beoordeling en borging van het eindniveau.
Hier vindt u een volledig overzicht van het curriculum en de leeruitkomsten per opleiding en fase.