Binnen werkplekleren staan de leeruitkomsten centraal. Studenten werken vanuit de praktijk aan het ontwikkelen en aantonen van deze leeruitkomsten. Niet iedere student volgt daarbij dezelfde route of verzamelt hetzelfde bewijs.
Werkplekleren:
- sluit aan bij authentieke beroepssituaties;
- verbindt theorie en praktijk;
- stimuleert eigenaarschap en professionele ontwikkeling;
- biedt ruimte voor flexibiliteit en maatwerk;
- benadert leren en ontwikkelen vanuit een open houding en gezamenlijke verantwoordelijkheid van student, werkplek en opleiding.
Een passende werkplek biedt studenten voldoende mogelijkheden om ervaringen op te doen en werkzaamheden uit te voeren die aansluiten bij de leeruitkomsten waaraan gewerkt wordt. Daarbij is het belangrijk dat:
- de student actief kan deelnemen aan de beroepspraktijk;
- de begeleiding van de student door de werkplek georganiseerd wordt;
- de werkplekbegeleider zicht heeft op het functioneren en de ontwikkeling van de student;
- de student gelegenheid krijgt om feedback op te halen en te reflecteren.
U mag van de student verwachten om u als werkplekbegeleider te voorzien van benodigde informatie om de student te kunnen begeleiden, denk aan: informatie Leeruitkomsten, inhouden, te maken opdrachten, te geven feedback en beoordelingen enz. Als AHW zien we deze taak van de student als belangrijk onderdeel van het werkplekleren.
Werkplekleren vraagt actieve samenwerking tussen student, werkplek en opleiding. Binnen duidelijke kaders krijgen studenten ruimte om eigen keuzes te maken, praktijkervaringen op te doen en leeruitkomsten op verschillende manieren aan te tonen.
De concrete invulling verschilt per student, werkplek en leerroute, waarbij vanuit de leeruitkomsten professionele ontwikkeling, begeleiding en verbinding tussen praktijk en opleiding steeds centraal staan.
Het studieplan als uitgangspunt
Studenten stellen elk half jaar een studieplan op, waarmee ze hun eigen leerroute vormgeven. Het is de basis voor de afstemming tussen student, opleiding en werkplek. In het studieplan legt de student vast:
- aan welke Eenheid Van Leeruitkomsten (EVL) gewerkt wordt;
- welke leeractiviteiten daarbij horen;
- hoe de student leeruitkomsten wil aantonen;
- welke afspraken gemaakt zijn met begeleiders;
- en hoe de studievoortgang eruitziet.
Het studieplan helpt om verwachtingen expliciet te maken en ondersteunt gesprekken over ontwikkeling, planning en begeleiding. De student bespreekt het studieplan met de werkplekbegeleider en – waar relevant – met andere begeleiders op de werkplek.
Wanneer plannen of omstandigheden veranderen, wordt het studieplan aangepast en toegelicht.
Meer informatie over: