Looptijd: 01-03-2024 t/m 28-02-2026
In Nederland wordt door politie en defensie met ongeveer 760 diensthonden gewerkt. De honden worden voornamelijk ingezet voor taken als opsporing en surveillance. Jaarlijks moet een deel van deze vervangen worden, vaak door vroegtijdige pensionering. De aanvoer van nieuwe honden is mede beperkt door toenemende vraag vanuit binnen- en buitenland. Bovendien biedt de huidige selectie- en trainingsmethodiek geen garantie dat iedere hond geschikt zal zijn voor een succesvolle en langdurige carrière.
Uit gesprekken met betrokken partijen, waaronder de politie, defensie en de Koninklijke Nederlandse Politiehond Vereniging (KNPV), komt naar voren dat er behoefte is aan beter inzicht in de factoren die bijdragen aan fysiek en mentaal gezonde diensthonden. Dit inzicht is noodzakelijk om ervoor te zorgen dat honden langdurig en succesvol kunnen functioneren in hun rol. Tevens bestaat er een groeiende noodzaak om het maatschappelijk draagvlak (Social License to Operate) voor het gebruik van diensthonden te versterken, waarbij transparantie over hun welzijn een centrale rol speelt.
Het doel van dit project is om samen met het werkveld richtlijnen te ontwikkelen die het welzijn en de gezondheid van diensthonden waarborgen. Hierbij wordt met name gekeken naar selectiecriteria voor geschikte diensthonden, het onderzoeken van redenen voor vroegtijdige uitval, en het optimaliseren van de training en verzorging van de honden. Daarnaast wordt er gekeken naar manieren om het maatschappelijk draagvlak te behouden en te versterken.
De onderzoeksvraag van dit project is: "Hoe kan de verwerving, training en verzorging van diensthonden zodanig geoptimaliseerd worden dat het welzijn en de gezondheid goed worden geborgd, teneinde het maatschappelijk draagvlak voor het werken met diensthonden te versterken?"
> Lees hier meer over de ervaring van studenten die meewerken aan dit project.
Het onderzoek wordt uitgevoerd met defensie, politie en de KNPV en wordt medegefinancierd door Regieorgaan SIA, onderdeel van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO), en het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN).