Dit onderzoek komt voort uit het onderzoeksproject Gezond Weiden. De uitkomsten laten zien dat weidegang meer is dan een ‘wel of niet’-keuze: ook hoe lang en hoe intensief koeien weiden kan samenhangen met verschillen in productie, celgetal en infectiedruk.
Onderzoeker Iris de Munck van Aeres Hogeschool promoveert op dit onderzoek. Samen met een aantal andere onderzoekers heeft zij een artikel gepubliceerd met de eerste onderzoeksresultaten van het grootschalige onderzoek op commerciële melkveebedrijven dat onlangs is afgerond. Dit onderzoek maakt deel uit van het onderzoeksproject Gezond Weiden, waarvan Aeres Hogeschool de trekker is.
Vijf parameters
Om beweidingsduur en -intensiteit beter te begrijpen, is gekeken naar vijf parameters:
- uren beweiding per jaar,
- aantal weidedagen,
- gemiddeld aantal uur per dag,
- onbeperkte vs. beperkte weidegang,
- beweidingsdruk (aantal koe-uren per hectare beschikbaar voor beweiding).
De effecten bleken wisselend. Over alle parameters daalde de melkproductie licht, terwijl de vet- en eiwitgehaltes over het algemeen iets hoger werden bij meer uren en dagen weidegang en bij een hogere beweidingsdruk. Bij het tankcelgetal werd een opvallend effect gevonden: een hogere beweidingsdruk ging samen met een lager celgetal.
Positieve en negatieve effecten
Tijdens het weideseizoen hadden minder bedrijven antistoffen tegen Treponema, een bacterie die is geassocieerd met Mortellaro. Dit wijst erop dat de infectiedruk tijdens het weideseizoen lager was dan vóór het weiden. Wel nam de kans op antistoffen tegen longwormen en maagdarmwormen toe.
Verdere verdieping
“De effecten op melkproductie en diergezondheid zijn klein maar veelzijdig.” zegt onderzoeker Iris de Munck. “Dat onderstreept hoe belangrijk het is om weidegang breder te bekijken en verder te verdiepen in wat het op bedrijfsniveau betekent.” Er is geen enkele parameter van beweidingsduur en -intensiteit die consequent alle effecten verklaart. Juist daarom is het waardevol om weidegang niet alleen te beoordelen op ’wel of niet weiden’, maar ook op hoe lang en hoe intensief. De uitkomsten vormen een stevige basis voor vervolgonderzoek en voor het ontwikkelen van praktische adviezen voor melkveehouders die hun weidestrategie verder willen optimaliseren.