“Het is mooi om te zien dat steeds meer meiden opstaan, kansen zien en die ook daadwerkelijk benutten,” vertelt Frans Meerse, teamleider Tuinbouw & Akkerbouw. Wat ooit begon met een kleine groep van 15 studenten die rond het jaar 2000 startten met de studie Agrarisch Ondernemerschap, is uitgegroeid tot één van de populairste opleidingen in Dronten. Sinds de koppeling met Dier- en Veehouderij en Tuinbouw en Akkerbouw in 2007, kiezen inmiddels jaarlijks zo’n 200 studenten voor deze bachelor- of Ad-opleiding.
Dynamiek
Opvallend is vooral de groei van het aantal vrouwelijke studenten. Meerse ziet dat steeds meer meiden het bedrijf van hun ouders willen overnemen, een bestaand bedrijf voortzetten of zelf een onderneming starten. “Dat is een hele goede ontwikkeling,” benadrukt hij.
Ook Jeroen Nolles, teamleider Dier- en Veehouderij & Ondernemerschap, herkent deze trend. Zat er vroeger een handjevol meiden in de klas. De laatste vijf jaar neemt dit steeds meer toe en is bijna een kwart van de klas gevuld met meiden. “Dat doet echt iets met de dynamiek. Studenten voeren serieuze gesprekken met elkaar over bedrijfsovername. Meiden worden daarin ook actief betrokken: hoe pakken zij dat straks aan?”
Kansen en mogelijkheden
Volgens Nolles brengen vrouwelijke studenten een waardevolle houding mee. “Ze zijn ondernemend, kijken positief naar ontwikkelingen in de sector en richten zich meer op kansen en mogelijkheden dan op weerstand.”
Die verandering zie je ook terug op de bedrijven zelf. Waar in de jaren ’70 en ’80 vaak dé boer de leiding had, is dat tegenwoordig steeds vaker een gezamenlijke verantwoordelijkheid. “Het is niet meer: de één doet dit en de ander dat,” legt Nolles uit. “Man en vrouw runnen het bedrijf echt samen.”
Toch is er nog werk aan de winkel. Hoewel het aantal vrouwen in de agrarische sector groeit, blijft hun positie achter ten opzichte van andere Europese landen. Organisaties zoals LTO Vrouw en Bedrijf wijzen erop dat vrouwelijke ondernemers nog steeds tegen barrières aanlopen.
“De sector is op veel plekken nog een mannenwereld,” zegt Meerse. “Daarom is het belangrijk dat studenten ook vrouwelijke ondernemers ontmoeten.” Volgens hem werkt dat inspirerend voor iedereen: “Jongens zien de diversiteit in ondernemerschap, en voor meiden zijn vrouwelijke ondernemers vaak echte rolmodellen.”
Nolles ziet daarnaast dat de basis voor deze ontwikkeling al eerder is gelegd. “Moeders hebben de afgelopen decennia een grote rol gespeeld in het bedrijf en daarmee de weg vrijgemaakt voor de volgende generatie. In de klas merk je dat studenten daar trots op zijn.”