Toegepaste biologie hbo bachelor voltijd studie Aeres Hogeschool Almere

Jaar 4 is vrij in te richten, maar bevat in ieder geval 30 ECTS aan keuzeminoren, een bedrijfsopdracht en een afstudeerwerkstuk. Dit mag je zelf inplannen, in overleg met je afstudeerdocent. De keuzeminoren kun je op andere hogescholen/universiteiten doen, maar ook bij Aeres Hogeschool hebben wij een groot aanbod aan interessante onderwerpen. 

Keuzeminor(en)

Een keuzeminor lijkt veel op de modules die je tijdens je opleiding hebt gevolgd. Het verschil is dat je je keuzeminor ook bij andere hogescholen kunt volgen. Hierbij kun je alle kanten op; je kiest een minor die bij je eigen interesse past en die bij voorkeur aansluit bij het onderwerp van je bedrijfsopdracht of bij de profielmodule uit jaar 3. 

Bedrijfsopdracht en afstudeerscriptie

De bedrijfsopdracht en afstudeerscriptie staan samen onder één kopje omdat zij handig aan elkaar gekoppeld kunnen worden. Wanneer je tijdens je bedrijfsopdracht bijvoorbeeld begint met een literatuurstudie of een onderzoek, dan kun je de hierbij verkregen data verwerken in een afstudeerscriptie. Een bedrijfsopdracht en scriptie kun je doen bij een bedrijf naar keuze. 

Aquatic Ecosystem Analysis

Je kunt er ook voor kiezen om het programma 'Aquatic Ecosystem Analysis' helemaal te volgen in jaar 4. Dit is een internationaal programma met onder andere de minoren Water Quality Analysis en Water System Analysis, waarbij de aftrap van het programma begint met een veldwerkweek in de Harz. Daarnaast ga je voor een integraal project met je medestudenten naar Portugal. 

Plant Breeding

Een andere optie is om het programma'Plant Breeding' te volgen in jaar 4. Dit is een internationaal programma met onder andere de minoren Plant Breeding and seed production en Advanced methods in plant breeding. 

Ecologisch advies (AECA) én ecologisch advies met Natuurontwikkeling (AECN)

Module: Deze minoren lopen van september tot januari en sluiten zeer goed op elkaar aan. Samen vormen zij een 30ECTS-module in Almere. Beiden zijn ook afzonderlijk te volgen.

AECA: De effecten van, door de mens veroorzaakte, veranderingen in een gebied worden vaak bepaald door ecologische adviesbureaus en de gevolgen en adviezen van die beoordeling worden verwerkt in een ecologische effectrapportage. De junior ecologisch adviseur weet waar de bijzondere natuurwaarden voorkomen of anders wordt dit achterhaald met literatuur- en veldonderzoek. Ook is bekend welke natuurwaarden gevoelig zijn voor de verschillende vormen van menselijke (antropogene) verstoring (licht, geluid, beweging, verontreiniging, verdroging, et cetera). Op basis van deze kennis wordt ingeschat wat de gevolgen zijn van een plan op natuurwaarden, aangegeven in hoeverre dit strijdig is met wet- en regelgeving en worden oplossingen bedacht om het één en ander (toch) mogelijk te maken.

AECN: Landbouwgronden zijn interessante plekken voor beleidsmakers van natuurontwikkeling. Ingrepen die de waterhuishouding, grondwaterstand, geografische vorm en toplaag aanpassen, dragen bij aan een vervorming van landbouw naar natuur. Grondaankopers als Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten staan echter vaak voor de vraag: ‘welke aanpassingen moeten we nu doen’? Interessante voorbeelden zijn te vinden in de "Handreiking monitoring natuurontwikkeling: ideeënboek bij het opstellen van monitoringsplannen voor natuurontwikkeling" van de WUR.

Wil je meer informatie over deze minoren neem dan contact op met r.veldhuizen@aeres.nl

 

Ga terug naar de studieinformatie van Toegepaste Biologie