Financiele dienstverlening agrarisch header
In het eerste jaar volg je een breed programma om de sector beter te leren kennen. In het tweede en derde jaar volg je acht modules waarbij je kunt kiezen voor de major Bedrijfskunde & agrifoodbusiness of de major Financiële dienstverlening agrarisch. In het laatste jaar kies je met twee minoren op welk gebied je je wilt specialiseren. Je sluit de studie af met een afstudeerstage en een afstudeerwerkstuk. In dit laatste jaar werk je toe naar het beroep dat je wilt uitoefenen.

Jaar 1

  • Sectorvisie verwerven agri- en foodbusiness
  • Analyseren bedrijfsprocessen
  • Oriëntatie agrarisch bedrijf
  • Tien weken praktijkstage of hbo-doorstroompakket afronden (bij mbo-instroom)

Tijdens het eerste jaar van je studie volg je schakelvakken. Met deze vakken werk je eventuele verschillen in vooropleiding weg.

Jaar 2

  • Bank- en verzekeringswezen
  • Marketing en marketingcommunicatiestrategie
  • Agrarische accountancy
  • Logistiek en financieel management

In de zomerperiode na het tweede jaar ga je op buitenlandstage.

Jaar 3

  • Agrarisch risicomanagement
  • Strategie en economie
  • Vastgoed en vermogen
  • Projectleiding sales en recht

Jaar 4

  • Twee minoren
  • Afstudeerstage en afstudeeropdracht

Twee extra certificaten

Tijdens je studie volg je een cursus om twee extra certificaten te behalen die gelden als startbekwaamheidseis in de financiële sector. Met deze twee certificaten voldoe je aan de eisen van Wet financieel toezicht (Wft). Als je later als adviseur in de financiële dienstverlening bij een bank of verzekeringskantoor aan de slag wilt, moet je over deze certificaten beschikken. Nu behaal je ze al tijdens je studie, dat scheelt je dus een jaar extra studie. Je volgt een cursus voor de Wft-certificaten:

  • Wft basismodule
  • Wft vermogen