Consumptieve Techniek salade

Carlos, Docent en kennismanager Consumptieve techniek

Ik zit in het derde jaar van de opleiding Docent en kennismanager Consumptieve techniek en vind het leuk dat ik zowel pedagogisch, didactisch als vakinhoudelijk wordt opgeleid. Ik heb hiervoor een koksopleiding mbo4 gevolgd. Door mijn werkervaring heb ik een vrijstelling voor een van de onderdelen kunnen krijgen. De studielast is best pittig. Ik heb meer dan 20 uren per week nodig, maar ben dan ook perfectionistisch. Dit verschilt veel per student. Ik vond het in het begin lastig om de studie met thuis en werk te combineren, later werd het makkelijker. Mijn advies: maak duidelijke afspraken met de mensen om je heen, dan weet iedereen waar hij aan toe is.

Vier dagen per week werk ik als kok in de horeca. Daarnaast loop ik stage op een ROC in Nijmegen. Een deel van de mijn stageopdrachten heb ik op mijn werk kunnen uitvoeren. Een tip is om zo snel mogelijk een baan in het onderwijs te vinden, waar je je stageopdrachten kunt uitvoeren. Wat ik na de opleiding ga doen, hangt van de mogelijkheden op dat moment af. Ik zou bijvoorbeeld als docent of als leidinggevende in de horeca aan de slag kunnen. Het belangrijkste is dat ik iets ga doen wat ik leuk vind en waar ik mij thuis voel."

Falco, Docent en kennismanager Consumptieve techniek

Ik volg de opleiding Docent en kennismanager Consumptieve techniek in deeltijd en ben bezig aan mijn eerste jaar. De studie bevalt mij erg goed, de lessen zijn interessant en sluiten goed aan bij mijn stage. Mijn vooropleiding was de koksopleiding op mbo3-niveau. Door mijn werkervaring kon ik toch toegelaten worden tot deze hbo-opleiding. Deze studie ‘doe je er niet zomaar even bij’. Belangrijk is dat je prioriteiten stelt. Dit vond ik in het begin lastig, maar tijdens het eerste half jaar viel het allemaal op zijn plek.

Ik werk vier dagen per week in de horeca. Een vaste dag per week voer ik mijn stage uit bij een praktijkschool. Het past allemaal net, maar het is wel vol. Mijn tip is om goede afspraken te maken met werk, stage en thuis. Ook is een goede planning belangrijk. Vergeet daar ook jezelf niet in, ontspannen is ook belangrijk om te leren. Via de overheid kwam ik in aanmerking voor de financiële tegemoetkoming leraren. Deze kan je voor twee studiejaren aanvragen. Na mijn opleiding wil ik graag de dynamiek van de horeca blijven ervaren en daarnaast lessen geven op een vakschool. Door de combinatie weet ik beter wat leerlingen nodig hebben om straks een mooi vak te kunnen beoefenen.

Serge, alumnus Docent en kennismanager Consumptieve techniek

“Ik heb vijfentwintig jaar in de partycateringen als privé-kok gewerkt. Dat is leuk als je jong bent, maar het werk is zwaar en dat wil je niet de rest van je leven doen. Dus was de vraag: wat dan? Ik dacht: ‘Als ik al mijn opgedane kennis nou eens ga delen? Dan blijf ik ook een relatie houden met mijn vak.’ Ik kreeg tijdens deze opleiding al een baan als vmbo-docent. Het is leuk om in het onderwijs bezig te zijn. Daar leer ik pas echt.”

Esseline, alumnus Docent en kennismanager Consumptieve techniek

“Ik vind het leuk om jongeren enthousiast te maken voor het horecavak. Daarnaast vind ik het geweldig om een bijdrage te leveren aan de ontwikkeling van de leerlingen. Iedereen die daar interesse in heeft, zou ik zeker aanraden de opleiding te gaan doen. Je moet houden van je vak, dat is het middel dat je gebruikt om je leerlingen iets bij te brengen. Als je er zelf achter staat, kun je dat met veel passie en enthousiasme overbrengen.”

Pascal, alumnus Docent en kennismanager Consumptieve techniek

“Toen ik in de bakkerij werkte, merkte ik dat ik het begeleiden van leerlingen die bij ons stage liepen, erg leuk vond. Hier wilde ik graag meer mee doen. Ik kreeg een baan aangeboden onder voorwaarde dat ik deze opleiding ging doen. Dat wilde ik graag. Toen ik eenmaal begonnen was met de opleiding merkte ik een snelle ontwikkeling. Ik ging steeds meer handelen vanuit kennis in plaats vanuit intuïtie: ik had betere lesvoorbereidingen, een andere manier van de leerling benaderen en meer oog voor de leerling met extra behoeften.”